In gesprek met Roel Vermeiren

  • 20 december 2019

In gesprek met Roel Vermeiren: projectleider van het Renovatiepact

Op 13 december 2019 vond de studiedag 5 jaar Renovatiepact plaats. Het ambitieuze pact dat de Vlaamse regering in 2014 sloot om elk huis en appartement even energiezuinig te krijgen als een nieuwbouwwoning. De perfecte gelegenheid om de projectleider van dat pact, Roel Vermeiren, uit te nodigen voor een gesprek.

Roel Vermeiren (48) een  master in de klinische psychologie (Ugent) en in Publiek Management (Antwerp Management School) werkt sinds 2008 bij het Vlaams Energieagentschap (VEA). Daarvoor werkte hij 10 jaar bij de VDAB als coördinator van programma’s voor beroepsgerichte opleidingen en in de strategische beleidsondersteuning. Die ervaring komt nu goed van pas bij zijn huidige job waar hij werkt rond rationeel energiegebruik en sociaal energiebeleid.

“Sinds 2015 ben ik projectleider voor de Vlaamse Renovatiestrategie 2050 voor woongebouwen. Onder de noemer ‘Renovatiepact’ werkt een grote groep geëngageerde actoren aan een gedragen langetermijnvisie, een optimale rolverdeling en impactvolle instrumenten, onder meer voor financiering en advies.”

Wat zijn uw persoonlijke professionele troeven?

“Ik ben erop gericht uitdagingen vanuit een ruim perspectief te benaderen waardoor het mogelijk wordt voor- en nadelen beter af te wegen en te komen tot haalbare én werkzame acties. Er mag voor mij ook bij voorkeur wat creativiteit en, waar mogelijk, wat relativerende humor aan te pas komen. Verder hou ik ervan om de mensen waarmee je samenwerkt te motiveren en hen te helpen hun competenties maximaal in te zetten en daardoor verder te groeien.”

Wat doet VEA precies? En wat is uw plaats daarbinnen?

"Het Vlaams Energieagentschap (VEA) is een verzelfstandigd agentschap van het Vlaams ministerie van Omgeving en heeft als missie de uitvoering van een op duurzaamheid gericht energiebeleid. Onze belangrijkste taken zijn rationeel energiegebruik en milieuvriendelijke energieproductie stimuleren. Wij richten ons daarbij op beleidsvoorbereiding en -implementatie, draagvlakverbreding, handhaving van de regelgeving en beleidsevaluatie. Ik werk in het team beleid van de cluster energie-efficiëntie."

Kunt u wat uitleg geven over het Renovatiepact? Wat zijn de doelen hiervan bijvoorbeeld?

“Tegen 2050 willen we dat elk huis en elk appartement even energiezuinig is als een energetisch performante nieuwbouwwoning. De uitdagingen om tot een gebouwenbestand te komen met veel betere energieprestaties, zijn groot.

De overheid kan deze transformatie faciliteren en ondersteunen, maar ook andere belanghebbenden, zoals de bouwsector, het middenveld en de banken, zullen hier mee hun schouders moeten onderzetten. Daarom werd eind 2014 een project opgestart waarbij 34 organisaties zich hebben geëngageerd om op een actieve en constructieve manier het Renovatiepact mee uit te werken. Het doel van het Renovatiepact is het uitwerken van een coherent actieplan dat, zowel op korte als op lange termijn, de renovatiegraad van ons Vlaams woningpatrimonium sterk doet verhogen en de energieprestatie ervan optimaliseert tot het bijna-energieneutrale niveau. Het Renovatiepact is een partnerorganisatie waarin middelen, informatie, activiteiten en competenties worden gedeeld om de gemeenschappelijke doelstelling te kunnen realiseren.”

Hoe nodig vindt u dit pact?

“De uitdaging om bijna 3 miljoen woningen op 30 jaar tijd grondig te renoveren is zo immens, dat het alle hens aan dek wordt om dit doel te bereiken. Vanuit een win-winperspectief moeten we zoveel mogelijk partners betrekken om een bijdrage te leveren. Idealiter neemt het politieke niveau daarbij de rol op van trekker, spelverdeler en sponsor. Dit laatste in de zin van een mogelijkheid creëren om samen instrumenten, methodes, tools en ondersteuning te ontwikkelen, die de renovatiegraad effectief verhoogt.”

Onlangs vond de studiedag 5 jaar Renovatiepact plaats. Waar staan we qua doelstellingen vergeleken met de start van het pact? Waar zijn we geslaagd? Waar moeten we nog aan werken?

“Sinds de start eind 2014 is er heel wat samenwerking tot stand gekomen tussen de partners. We hebben elkaar beter leren kennen en de neuzen staan grotendeels in dezelfde richting. We willen dat het woningbestand label A bereikt en volledig duurzaam wordt verwarmd (langetermijndoel 2050). Daarnaast hebben we samen met partners de woningpas en het nieuwe EPC ontwikkeld. De voorwaarden voor de energiepremies werden afgestemd op het doel 2050 en met de burenpremie en de totaalrenovatiepremies willen we meer mensen activeren tot renovatie, die bij voorkeur meteen zo ver mogelijk mikt.

De burger vindt renoveren vaak duur, maar niets doen kost ook geld.

Het is wel opvallend dat in de periode 2011 tot 2015 heel wat eigenaars isolatiemaatregelen uitvoerden. Nadien is dat serieus teruggevallen, wellicht valt dit deels te verklaren door de verlaagde premiebedragen. In navolging van de Europese richtlijnen hebben we in 2019 de strategie 2050 verder uitgewerkt en verfijnd in mogelijke scenario’s. Dat maakt de mogelijkheden duidelijker, maar ook toont ook welke variatie in maatregelen nodig is om de zaak in beweging te krijgen. Daarbij worden ook de nodige investeringen in kaart gebracht én de daaraan gelinkte brede maatschappelijke voordelen zoals gezondheid en werkgelegenheid.”

Welke maatregelen die er nu niet instaan, vindt u essentieel om tot een degelijk gerenoveerd gebouwenpark te komen.

“Ik meen dat we hierover kort kunnen zijn: de ervaringen van de laatste jaren en de omvang van de uitnodiging zal een meer sturende aanpak noodzakelijk maken. Je komt dan al snel bij verplichtingen, al dan niet gelinkt aan ondersteuningen via premies en/of grondige hervorming van de woonfiscaliteit.”

Wat is volgens u de grootste misvatting rond energetisch renoveren bij de burger?

“Wellicht vinden heel wat eigenaars een diepgaande energetische renovatie te duur. Dat klopt als je eenvoudig de terugverdientijd van de maatregelen gaat berekenen. Studies wijzen echter uit dat niets doen aan een bestaande woning ook een bepaalde kost heeft: Diepgaande energetische renovatie is als het doordacht gebeurt kosteneffectief. En als we rekening houden met de toekomstige waarde van een energiezuinige en comfortabele woonst, is de rekening snel gemaakt en dragen we bij tot de energie- en klimaatdoelen. Wel moeten we vaststellen dat de woningmarkt én de burger traag evolueert. Vandaar de nood aan een versnelling, op basis van een gepast pakket aan ondersteuning. Trouwens, een onderzoek uit 2019 bevestigde dat een woning met een B-label bijna 11% meer waard is dan eentje met een E. Mocht deze evolutie zich nog doorzetten, houden gezinnen die een slecht presterende woning aankopen, meer budget over voor een grondige renovatie.”

Hoe ziet u de toekomst qua renovatiebeleid?

“Aangezien de renovatiegraad en -intensiteit onvoldoende stijgen, zullen we gerichter moeten monitoren hoe we het doen. Op basis daarvan kunnen we dan bestaande maatregelen aanpassen en nieuwe maatregelen ontwikkelen. Om de zaken echt in beweging te krijgen, zullen wellicht een duidelijker politiek engagement en een striktere aanpak nodig zijn, bij voorkeur gecombineerd met een woonfiscaliteit die veel vriendelijker is voor energiezuinige woningen dan voor energieverslindende. Tegelijk moeten we de verwarming versneld verduurzamen zodat we zo snel mogelijk af geraken van fossiele brandstoffen. De energiebehoefte zal voor een groeiend deel met elektriciteit worden ingevuld. Warmtenetten in de kernen en warmtepompen in het buitengebied zullen een belangrijk deel van de oplossing zijn.“

Dank u voor dit gesprek!