Brussels regeerakkoord: renovatiegraad opdrijven met vijf procent

  • 20 september 2019

De Brusselse regering wil een energiestrategie die steunt op de renovatie van gebouwen en de productie van hernieuwbare energie. We gaan niet dieper in op de maatregelen voor hernieuwbare energie, maar geven wel een overzicht van de geplande beslissingen rond renovatie en meer specifiek beslissingen die ingrijpen op het residentiële gebouwenbestand. De regering spreekt de ambitie uit om het renovatieritme op te drijven naar drie tot vijf procent Dat is ambitieus aangezien het Belgische renovatieritme momenteel onder één procent ligt.

 

Die verhoging vergt inspanningen van alle actoren in de markt, maar het schept volgens de regering ook mogelijkheden om nieuw lokaal verankerde banen te creëren voor het gewest. Om de sector daarbij te ondersteunen zal het voorzien in opleidingen en trachten sociale dumping te ondermijnen. Hoe dat laatste er in de praktijk worden uitgewerkt, wordt niet benoemd. Het zal wel een alliantie ‘Werkgelegenheid-Leefmilieu-Financiën’ oprichten waarbij de publieke en private financierders worden betrokken om de financieringsmogelijkheden uit te werken. Daarnaast wil het de organisaties in de sector (financieel) ondersteunen. Er wordt hierbij gedacht aan betere verspreiding van informatie naar de actoren over het beleid en steunmaatregelen en hen nauw te betrekken het verbeteren van. Om deze strategie te ondersteunen moet de regering overheen de legislatuur een reglementair kader uitwerken. Ook de fiscaliteit moet bijdragen aan de geformuleerde doelstellingen. De schenkings-, successie- en registratierechten worden verlaagd indien er binnen een bepaalde termijn een energetische renovatie wordt doorgevoerd.

 

De opdrijving van het renovatieritme vergt aanzienlijke financiële middelen. Wat haar eigen begroting betreft, stelt de regering dat het de middelen die richting renovatie gaan ‘aanzienlijk wil verhogen’. Over de exacte verhoging en in welke specifieke posten wordt geen uitspraak gedaan. Er wordt wel gekeken of het mogelijk is om specifiek een fonds op te richten gericht op de transitie van gebouwen. Dat zou gefinancierd kunnen worden via de huidige bijdragen (namelijk groenestroomcertificaten, energie- en klimaatfondsen, renovatiepremies …) en nieuwe financieringsbronnen via alle energiedragers. Daarnaast wil het gewest nieuwe publieke en private financieringsoplossingen uitwerken, Zo wil het de terugbetaling van hypothecaire kredieten beter laten overeenstemmen met de financiële opbrengsten van de investeringen in energie-efficiëntie.

 

De beschikbare premies voor de inwoners zullen uniform worden gemaakt qua toegangsvoorwaarden, procedures en instrumenten om alles eenvoudiger en duidelijker te maken voor de burger. Vanuit dit oogpunt wil het gewest ook een one-stop-shop oprichten als centraal aanspreekpunt voor alle types van bewoners, huurders en eigenaars. Daarvoor is er een grondige segmentatie nodig zodat er een aanbod kan afgestemd worden op elk segment. Die segmentatie zal gebeuren in nauw overleg met de betrokken organisaties en zal de basis vormen om het gewestelijk ondersteuningsbeleid uit te bouwen.

Lees hier het volledige akkoord